KAAKGEWRICHTSKLACHTEN

Ons kauwstelsel bestaat uit vier paar kauwspieren (m. masseter, m. temporalis en m. pterygoideus medialis en lateralis), twee kaakgewrichten en het gebit. Het kaakgewricht is een van de belangrijkste gewrichten van het lichaam en wordt het vaakst gebruikt. Deze gewrichten bevinden zich net voor het oor een bestaan uit een kaakkopje (het uiteinde van de onderkaak), een kraakbeenschijfje (discus) en een gewrichtskom (ter hoogte van de schedelbasis). Het kaakgewricht is omgeven door banden en pezen en meerdere kauwspieren. Dankzij deze kauwspieren beweegt de onderkaak en kunnen we ons gebit gebruiken en slikken, spreken, zingen, geeuwen en lachen.

afbeelding1_cmyk.jpg

 

KLACHTEN VAN HET KAUWSTELSEL

Als er iets mis is met één van de delen van ons kauwstelsel kan dit verschillende soorten klachten veroorzaken:

  • pijnlijk of vermoeid aanvoelende kaakspieren
  • de kaakbewegingen kunnen beperkt zijn of een geluid veroorzaken, zoals knappen of kraken
  • er kan pijn optreden ter hoogte van het gewricht (voor het oor)
  • de tanden en kiezen kunnen overgevoelig of pijnlijk zijn
  • ook oorpijn, hoofdpijn en nekpijn kunnen samenhangen met stoornissen in het kauwstelsel
  • het uit de kom schieten van de kaak

De klachten kunnen grofweg in twee groepen worden ingedeeld:

 

GEWRICHTSKLACHTEN

Knappen: Dit wordt meestal veroorzaakt door een kraakbeenschijf (discus, te vergelijken met een meniscus) in het gewricht, die naar voren is verplaatst, niet meer op het kaakkopje ligt en steeds terug moet schuiven bij het openen van de mond. Dit geeft een knappend geluid. Als de discus niet meer terug wil schuiven, ontstaat een bewegingsbeperking, een zogenaamde Lock.

Arthrose: Dit gaat meestal gepaard met duidelijke veranderingen in  het kaakkopje. De afwijkingen in het kaakgewricht verlopen soms zonder klachten, maar soms ook met veel pijn.

Luxatie: Hierbij schiet de kaak uit de kom; het kaakkopje komt voor de gewrichtskom te staan. De mond blijft ver open staan en kan niet meer gesloten worden. De luxatie ontstaat meestal na gapen of lachen. Behandeling bestaat uit het terugplaatsen van het kaakkopje in de kom. Bij herhaaldelijk optreden is  een operatieve correctie (eminectomie) geïndiceerd.

 

SPIERKLACHTEN

Vaak ten gevolge van overbelasting, stress, waarvan in veel gevallen tandenknarsen en klemmen (bruxisme) de oorzaak is, zich uitend in hoofdpijn (slaapstreek) en pijn in de wangen (spieraanhechtingen). Ook onbegrepen pijnklachten zijn soms tot spierklachten te herleiden, evenals een oude prothese met een te lage beethoogte.

Over het algemeen zijn al deze symptomen eerder hinderlijk dan gevaarlijk. Vooral bij activiteiten zoals het afbijten, kauwen, geeuwen en lachen kan er hinder ondervonden worden. Bij de meeste mensen nemen de klachten na verloop van tijd weer af, zodat de mond weer zonder hinder gebruikt kan worden.

 

OORZAKEN 

Er zijn meerdere mogelijke oorzaken voor kaakproblemen.

 

OVERBELASTING VAN DE KAUWSPIEREN

Dit is de meest voorkomende oorzaak en ontstaat bijvoorbeeld door het (onbewust) stevig op elkaar klemmen van de kiezen, tandenknarsen, nagelbijten, wangbijten, kauwgom kauwen, penbijten of tongpersen. Stress kan een belangrijke rol spelen bij deze overbelasting.

 

GEWRICHTSPROBLEMEN

Deze kunnen ontstaan na een operatie, na een ongeval of gewoon spontaan. Zo kan het kraakbeenschijfje verschoven zijn en geluiden veroorzaken. Ook kan dit kraakbeenschijfje geblokkeerd zijn en de mondbeweging beperken. Verder kan het kaakgewricht slijtage vertonen (artrose) of regelmatig uit de kom schieten (kaakluxatie).

 

GEBITSPROBLEMEN

Als de tanden en kiezen niet goed op elkaar passen, als er veel tanden of kiezen ontbreken of als u een kunstgebit heeft dat niet goed vast zit dan kunnen de kaakgewrichten op een onnatuurlijke manier belast worden. Dit kan op een gegeven moment tot kaakgewrichtsklachten leiden.

 

BEHANDELMOGELIJKHEDEN

Er zijn diverse behandelingen mogelijk afhankelijk van de oorzaak van uw klachten:

 

VERMIJDEN VAN OVERBELASTING EN ALGEMENE LEEFREGELS

Het belangrijkst is het, om uw kaakgewrichten en kauwspieren zo veel mogelijk te ontlasten. Dit kan door bijvoorbeeld:

  • geen kauwgum of drop meer te gebruiken;
  • door de samenstelling en dikte (consistentie) van het eten wat zachter te maken;
  • met kleinere happen te eten.

Uw eigen inzet bij het voorkomen van overbelasting is het allerbelangrijkst, want het succes van de behandeling wordt hier voor een groot deel door bepaald.

Daarnaast gelden er een aantal algemene leefregels:

  • Klem/pers tanden in rusttoestand nooit op elkaar.
  • Plaats uw tanden alleen op elkaar als u eet, slikt of spreekt (dus bij een functie).
  • Vermijd langdurige belasting van het kauwstelsel door gewoontes als nagelbijten, kiezen klemmen, kauwgom kauwen, lip zuigen/bijten te vermijden.
  • Gebruik uw tanden niet als gereedschap om bijvoorbeeld een pen of spijker vast te houden of om draadjes door te bijten.
  • Vermijd extreem wijd openen van de mond tijdens het eten, maar ook als u geeuwt of lacht. Ondersteun zo mogelijk de onderkaak, zodat de mond minder ver open gaat.
  • Vermijd een verkeerde houding van het hoofd en de nek als u werkt, een hobby uitoefent, slaapt en telefoneert.
  • Vermijd tocht en afkoeling van de kauwspieren door gebruik van een sjaal en/of gezichtsmassage.
  • Vermijd het gebruik van uw voortanden om iets af te bijten.
  • Gebruik geen te hard voedsel zoals taai vlees, nootjes, appels, rauwe wortels, stokbrood en oude kaas.
  • Eet (tijdelijk) alleen zacht voedsel, zoals gehakt, puree, appelmoes, brood zonder korst of voedsel dat met een staafmixer gemalen is.
  • Informeer uw (tand)arts over uw klachten bij een eventuele tandheelkundige behandeling of bij het ondergaan van een narcose. U mag uw mond niet te lang wijd openen.

 

HET MAKEN VAN EEN SPLINT OFWEL OPBEETPLAAT

Vaak wordt een splint of opbeetplaat gemaakt. Dit is een hard kunstharsplaatje dat op de tanden van de onderkaak of bovenkaak vastklikt en dat u over het algemeen 's nachts of tijdelijk ook overdag draagt. De splint moet de kaken tot rust brengen en in hun natuurlijke positie terugbrengen. Dit gebeurt door het afdekken van de tandenknobbels, zodat ze elkaar niet meer kunnen terugvinden. Daarnaast beschermt een splint de tanden en kiezen ook bij beschadiging door klemmen en knarsen ‘s nachts.

 

OROFACIALE FYSIOTHERAPIE

Soms wordt u verwezen naar een orofaciaal fysiotherapeut voor verdere behandeling, oefeningen en massage. Dit is een fysiotherapeut die zich na de algemene opleiding heeft gespecialiseerd in de behandeling van functiestoornissen en functionele beperkingen van het kauwstelsel. Als u zelf een fysiotherapeut zoekt, is het daarom belangrijk erop te letten dat deze gespecialiseerd is in kaakgewrichtsklachten.

Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Orofaciale Fysiotherapie, kunt u zo’n fysiotherapeut bij u in de buurt vinden.

 

GNATHOLOOG

Een enkele keer verwijzen wij u door naar een tandarts die gespecialiseerd is in gnathologie. Een tandarts-gnatholoog richt zich op de diagnose en behandeling van pijn en problemen met kauwen. Belangrijke onderdelen van de werkzaamheden van de tandarts-gnatholoog betreffen kaakklachten (bijvoorbeeld pijnklachten van kaakgewrichten en kauwspieren, kaakgewrichtsgeluiden en een beperkte kaakbeweging) en pijn in het gezicht. Een tandarts met erkenning gnathologie heeft na zijn opleiding tot tandarts een driejarige aanvullende opleiding gedaan op dit vakgebied.

 

EMINECTOMIE

Een eminectomie is een oplossing voor mensen waarbij het kaakgewricht regelmatig uit de kom schiet. Het is een chirurgische ingreep onder narcose waarbij het kaakgewricht als het ware ruimer wordt gemaakt zodat het uit de kom schieten niet meer kan gebeuren.

  

CONTROLE NA BEHANDELING

Enkele weken tot maanden na het instellen van één van de hiervoor genoemde behandelingen komt u terug voor controle. Samen zullen we dan de klachten evalueren en bekijken of de ingestelde therapie de juiste is en of we deze eventueel moeten bijstellen.


Gericht advies?